‘Na een dienst loop ik altijd met een goed gevoel naar huis’

3 januari 2020

In gesprek met vrijwilliger Jos Guffens

“Vanaf het prille begin dat ik hoorde van dit initiatief heb ik aangegeven dat ik graag betrokken wilde zijn. Ik haal er zoveel kracht en energie uit, om mijn steentje bij te kunnen dragen in de laatste fase van iemands leven.” In dit verhaal vertelt vrijwilliger en hulpcoördinator Jos Guffens je over zijn werk bij Hospice Parunashia.

Jos Guffens in een van de kamers van het Hospice

Veertig jaar werkte Jos als verpleegkundige in de psychiatrie. “Altijd bij de Reinier van Arkel groep, in Voorburg. Daar heb ik het stervensproces vaker meegemaakt, en ook in mijn persoonlijke leven. Ik weet nog dat de pastoor vroeger zei: ‘we vieren alles in het leven, behalve de dood, die stoppen we weg’. Nu is daar veel meer aandacht voor en zijn bijvoorbeeld kinderen en kleinkinderen betrokken. Er is meer openheid. Dat vind ik wel het belangrijkste van het werken bij het Hospice, je kunt daar als vrijwilliger een steentje aan bijdragen. Vanaf het moment dat de mensen hier komen tot het uitgeleide kun je in de laatste fase van iemands leven zoveel betekenen. Ik krijg er een goed gevoel van als ik merk hoe belangrijk en waardevol het Hospice is. Het wordt gedragen in het dorp en omstreken, iedereen leeft mee.”

Honderd collega’s
Jos wisselt de verschillende diensten – ochtend, vroege en late middag en avond – af. “Ik ben een ochtendmens, dus de dienst van 7.00 tot 11.00 uur doe ik graag. Dan heb ik de rest van de dag nog voor mezelf, om op mijn drie kleindochters te passen of voor mijn andere vrijwilligerswerk bij de Zonnebloem en bij de Beemden.”
Met zijn collega-vrijwilliger van die dag overlegt hij aan het begin van de dienst wie welke taken gaat doen. “Dat gaat heel goed. Iedereen komt hier met goede intenties en dat merk je in de onderlinge samenwerking. Nadat ik met pensioen ging miste ik collega’s. Nu leer ik zoveel mensen kennen, ik heb er honderd collega’s bij gekregen! Dat is mooi meegenomen,” lacht Jos.
De belangrijkste taak van de vrijwilligers is de zorg voor de gasten. Zoals Jos het verwoordt: “Van de hand vasthouden tot de hand loslaten.“ Het gesprek en het contact zijn dus belangrijk maar ook aan de maaltijden wordt veel aandacht besteed. Het huishoudelijk werk hoort erbij, van de bedden verschonen, wassen en strijken, tot het vuilnis buiten zetten. De verzorging gebeurt door de medewerkers van Vivent, waar de vrijwilligers eventueel bij assisteren. “Het is en-en,” zegt Jos, “de zorg voor de gasten èn de zorg voor een schone en mooie woning.”
Tijdens intervisie avonden maken de vrijwilligers in kleine, vaste groepen nader kennis met elkaar. De begeleiding gebeurt door een professional, die deze taak op vrijwillige basis uitoefent. “Iedereen bleek er behoefte aan te hebben. We delen met elkaar waar we tegenaan lopen, waar we nog moeite mee hebben, of juist heel goed vinden.” De begeleiding vanuit de bestuursleden van het Hospice en de coördinatoren waardeert Jos zeer. “Ze laten zich zien, geven een hand, vragen hoe het gaat. Dankzij hun kracht is het zo snel een mooi team geworden.”
(tekst gaat verder onder de foto)

Nabijheid
Veel mensen denken dat vrijwilligerswerk in een hospice een zware taak is. “Toch is er hier veel humor, ook vanuit de gasten zelf. We zitten vaak te lachen aan tafel. Maar natuurlijk speelt tegelijkertijd de moeilijke fase van het leven los moeten laten. Gelukkig kun je als vrijwilliger veel betekenen, door bij iemand te gaan zitten en diens hand vast te pakken. Nabijheid is heel belangrijk. Dat zit ook in een klein gebaar als de kamerdeur op een kier laten staan.”
Met mensen die langer in het Hospice verblijven krijgt hij een band. Jos: “Zeker als ik vanuit mijn rol als hulpcoördinator de intake doe, krijg ik meer intiem contact met een gast.” Jos is er behalve voor de gasten ook voor de familie. “Ik heb al heel wat liters koffie gezet en praatjes gemaakt. Je geeft een naaste de gelegenheid om even van zich af te praten. In de woonkamer, als de gast verzorgd wordt, of ik vang iemand op bij de voordeur.”
Na een dienst loopt Jos altijd met een goed gevoel naar huis. “Na een late dienst zoek ik nog wel ontspanning, lezen, tv kijken of wat drinken. Je moet het even van je afzetten. Mooi is dat we als vrijwilligers elkaar na een dienst bedanken en zeggen ‘we hebben fijn samen gewerkt’.”
Het hulpcoördinatorschap geeft Jos een extra dimensie aan zijn vrijwilligerswerk. “Naast de intakegesprekken met de gasten, zorg ik bijvoorbeeld voor vervanging als een vrijwilliger zich onverhoopt ziek meldt. Dat lost zich altijd snel op, er is veel collegialiteit. En de mensen werken hier gewoon graag. Dat zie ik ook gebeuren bij de vroege middagdienst, tussen 11.00 en 15.00 uur, waar we sinds kort werken met drie in plaats van twee vrijwilligers. Het kan dan echt druk zijn: de lunch wordt klaargemaakt, familie loopt binnen, er kan een opname zijn. Een derde persoon is op zo’n moment heel welkom.”

Ritueel van afscheid nemen
De uitgeleide van een gast maakt op Jos het meeste indruk. “Een mooi afscheid van iemand met wie je veel contact hebt gehad, is zo waardevol. Wanneer een gast is overleden verzorgen de vrijwilligers die in dienst zijn de uitgeleide; de andere vrijwilligers worden – anoniem – geïnformeerd, wie wil mag komen. Van tevoren is al besproken wat de gast wil, en als dat niet kan dan gebeurt het in afstemming met de familie. De baar met de overledene staat in de hal, met op de baar een mooi kleed. Een familielid of vrijwilliger leest een gedicht voor, soms wordt een lied afgespeeld.
We lopen allemaal met de rouwauto en de familie mee naar de straat, met led-kaarsjes in de hand, heel sereen. Zo’n afscheidsritueel geeft ons allemaal een goed gevoel. Samen hebben we het proces afgerond, tot aan het eind.”

Tekst & foto’s: Carla Jacobs